Contact

Contact

10 juni 2020

Dit artikel is geschreven door één van onze gastbloggers

 

“Dat doet deze jongen ook niet. Ik durf een hoop, maar op deze manier die nok in, dát doe ík ook niet.” Twee rode truien, twee werkbroeken, twee paar stevige schoenen met stalen neuzen, één witte pet met daaronder een paar ogen die je meewarig aankijken. Het andere paar ogen zoekt zijn weg door stoffige brillenglazen. Mijn wiebelige telescopisch uitvouwbare ladder staat op de overloop van de eerste verdieping en komt in de vide net tot 2 meter onder de rookmelder.

 

Aan het einde van een serie klussen in huis staan de elektriciens met beide handen in de zij beurtelings van boven naar beneden te kijken. Op 8 meter hoogte, in de nok van het huis met vide, zit tussen een samenspel van stof en spinrag een brandmelder. De vorige keer dat de batterijen leeg waren, ergens vorig jaar, midden in de nacht, is het snerpende geloei van het vals alarm de mond gesnoerd door met een lange bezemsteel tegen het apparaat te slaan. De daaropvolgend stilte was minstens zo oorverdovend. Jaarlijks ‘s nachts verrast worden door een loeiende rookmelder die slechts aangeeft dat de batterijen leeg zijn wordt me te veel. Een goed werkende brandmelder is echter, zeker verzekeringstechnisch, een must bij een huis met rieten dak.

 

De rode truien bieden, met een melder op accu aangesloten op het lichtnet, een degelijke en duurzame oplossing. In de nok, dat dan wel. “Toch onze eigen de dubbele trap gebruiken? Zou die het halen?” “Goedeeeeh uh” hij kijkt op zijn telefoon naar de tijd “middag, nog, mevrouw. Ik kom de glasvezel aanleggen. Er is ergens een groen kabeltje, weet u waar die zit?” Zwarte werkbroek, zwarte trui, oranje hesje, zwart baardje, blijft staren op zijn telefoon, terwijl hij me aanspreekt. Het groene kabeltje met witte hoedje in de hoek die de muur en de straat met elkaar maken, is snel gevonden. “Moet de glasvezel hier naar binnen? Mag ik even binnen kijken?” zonder zijn ogen van de telefoon te halen. Ik laat hem de meterkast zien. In staccato gaat hij onverstoorbaar verder “Heeft u ook een kruipruimte? Ja, ik vraag het altijd even voor de zekerheid. Ik ben eerst even binnen bezig, dan ga ik naar buiten en dan loop ik een beetje heen en weer en ben ik klaar. Uurtje ongeveer.” De kleur van zijn ogen heeft hij me nog niet onthuld. Diep donkerbruin vermoed ik, gezien zijn zwarte baardje en licht getinte huid.

 

Met mijn sportkleren aan, nog na-geurend van een pittig rondje hardlopen, zet ik mezelf gelaten achter de laptop. Het voelt wat onwennig om met drie vreemde mannen in huis onder de douche te stappen, vooral als ze op dezelfde verdieping met ladders en brandmelders in de weer zijn. Met mijn duim onder mijn kin en mijn wijsvinger onder mijn neus staar ik geïnteresseerd naar het scherm. Witte trui met zwarte NASA letters en de Amerikaanse vlag, grijze korte broek, blote voeten en warrig haar waar menig vogel graag een nest in zou bouwen. Volgt in de andere hoek van de kamer stoïcijns zijn online lessen Engels. Laat zich door geen enkele indringer in huis van de wijs brengen. Staart gefocust naar zijn scherm. Ondertussen probeer ik iets nuttigs te doen. Aha, mijn eerste blog is door een vriendin op haar website geplaatst.

 

Tussen het testen van de brandmelder en het geboor van de glasvezelmeneer door voer ik een telefoongesprek over tussenkopjes en de alinea’s. De rode truien zijn klaar. Door de open verbinding tussen boven en beneden ben ik de ongevraagde getuige van hun werkwijze om hun eigen trap weer van boven naar beneden te krijgen. “Zullen we hem gewoon weer terugsteken, net als de heenweg? Als jij hem onderaan pakt dan kunnen we ‘m zo de trap afdraaien. Ho, wacht… de trap is wel buiten maar ik nog niet, je moet ‘m hoger houden… ja. …nee... ja! Zo ja”

 

“Ja mevrouw, de glasvezel is aangelegd, maar de provider kan nog niet gaan connecten, want er zit een kruisconnectie. Wat is dat een kruisconnectie?” praat hij aan een stuk door nog voordat de vraag zich in mijn hoofd ontwikkelt. “Een kruisconnectie betekent dat iemand anders uw berichten binnen krijgt, en u die van iemand anders. Dat zit niet in uw huis, maar in de centrale. Daar heb ik een melding van gemaakt. U krijgt bericht zodra dat gefikst is. Tot ziens”

 

Ik zwaai de twee rode truien uit. De autodeur van het oranje hesje slaat met een harde knal dicht. Naar zijn donkere ogen blijf ik gissen. Mijn hoofd duizelt van de plots ontstane leegte.

 

Margaret van de Wetering - Timmerman